Een interview met enkele brandweerlieden

Het is niet gemakkelijk om brandweerman of -vrouw te zijn. Overal zijn deze vuurvechters nodig om vlammen in de pan en kortsluitende TV's te bestrijden. Ieder jaar op 4 mei vieren we daarom de Internationale Dag van de Brandweer, om eens stil te staan bij het dappere werk dat deze stoere mannen en vrouwen uitoefenen. In België wordt er weinig rond deze dag gedaan, maar aan onze grotendeels vrijwillige brandweer mag best eens een schouderklopje uitgedeeld worden. N.a.v. deze dag gingen wij langs bij onze brandweerpost te Tollembeek.

Waarom een job bij de brandweer? Hoe word je lid van de brandweer? 
Dit zijn enkele vragen die we stelden aan volgende brandweerlieden: 
  • Bruno Cornelis (woonachtig te Bever, gehuwd en papa van 2 kinderen, 21 jaar dienst)
  • Wouter Jeanfils (woonachtig te Tollembeek, samenwonend en papa van 1 zoontje, 13 jaar dienst)
  • Bert Geysels (woonachtig te Herne, gehuwd en papa van 2 kinderen, 8 jaar dienst)
  • Tom De Cooman (woonachtig te Tollembeek, samenwonend papa van 1 zoontje, 12 jaar dienst) 
  • Ilja Schormans (woonachtig te Vollezele, gehuwd en mama van 2 zoontjes, 10 jaar dienst).

Wat houdt je job concreet in? 
Bruno: "In Tollembeek zijn we enkel met vrijwilligers, m.a.w., iedereen heeft een hoofdberoep en daarnaast zijn we vrijwilliger. Voor alle duidelijkheid, de term ‘vrijwilliger’ dekt al lang de lading niet meer. We spreken beter van een bij-job. Er wordt veel van ons gevraagd i.v.m. opleidingen, verplichte bijscholingen, beschikbaarheden, permanenties verzekeren in de kazerne om de ziekenwagen te bemannen, enz., ... Daarvoor krijgen we naast de voldoening van het geleverde werk en de appreciatie van de mensen, de kameraadschap (klinkt cliché, maar ís echt zo) ook een verloning. We worden vergoed voor onze prestaties, maar dit mag zéker niet de hoofdreden zijn waarom men als vrijwilliger bij de brandweer zou willen komen. Het engagement dat nodig is, is zó groot dat je dan beter een andere bij-job zoekt... Ikzelf werk beroepshalve op het nationaal crisiscentrum van de regering (NCCN).”

Wouter: "Ik ben beroepsbrandweerman op de luchthaven van Zaventem en werk er in een volcontinu systeem. Dit zorgt ervoor dat ik me veel kan engageren als vrijwilliger in de brandweerpost van Tollembeek.”

Bert: "Tot voor kort was ik voltijds werkzaam bij de overheid als projectleider, voor het oprichten en organiseren van een nieuwe dienst voor ongeveer 150 personen. Nu ben ik voltijds zelfstandige, als vakexpert (bos, natuur, milieu), studiecoach en begeleider van zelfstandige starters. De combinatie met vrijwillig brandweerman-ambulancier is zeker doenbaar voor wat betreft de wachten in de kazerne (ziekenwagen): je kiest immers zelf wanneer en hoeveel je kan. Ook beschikbaar zijn van thuis uit (brandweer) kies je zelf en het minimum te halen uren is zeer redelijk. Minder evident zijn de bijhorende verplichte (en ook noodzakelijke) bijscholingen, maar ook daar kan je je beperken tot het minimum, of je kan ruimer gaan (om hogere functies op te nemen). Dat kies je zelf. En waar een wil is, is een weg!”

Tom: "Brandweerman/ambulancier is mijn vrijwillig/bijberoep. Mijn hoofdberoep is instructeur kleine blusmiddelen, evacuatie, eerste interventie ploeglid, EHBO,… bij Securitas. Ik geef deze opleidingen in bedrijven. Het is vooral puzzelen met de agenda van het werk en de partner, maar het lukt wel. Het valt vrij makkelijk te combineren om dat zowel de partner als de werkgever meegaan in het verhaal van de brandweer.”

Ilja: "Ik ben werkzaam sinds 2007 als spoedverpleegkundige in het AZ Sint Maria ziekenhuis te Halle. Daarnaast ben ik ook nog werkzaam als thuisverpleegkundige in bijberoep. Dit doe ik al sinds 2013. Dit combineer ik vervolgens met een vrijwillige ambulanciersfunctie bij de brandweer van Tollembeek. Vroeger werkte ik voltijds op de spoedgevallendienst, maar aangezien ik moeder geworden ben werd het allemaal wat veel om het te combineren en aangezien ik mijn 3 jobs toch graag doe en niets wou opgeven heb ik besloten de voltijdse functie op spoed te verminderen naar een halftijdse functie. Op deze manier is het zeer goed
combineerbaar met mijn gezinsleven.”

Waarom een job bij de brandweer?
Bruno: "Geen idee eigenlijk. Toen ik destijds de vacature las in de krant had ik het gevoel: "Dat is iets voor mij, dit wil ik doen”. Heb gesolliciteerd, was geslaagd en werd aangenomen. Ik heb nooit een jongensdroom gehad, zoals anderen, ik heb geen familie die al bij de brandweer was, ... Ik zou bijna zeggen: "Liefde op het eerste gezicht?”, maar dat is er misschien over.”

Wouter: "Ik koos voor een job bij de brandweer voor de combinatie van actie en, het klinkt cliché maar het is zo, om de mensen te kunnen helpen."

Bert: "Mensen bijstaan in de hoogste nood en bij soms de meest traumatische gebeurtenissen in hun leven,  geeft veel voldoening. Het raakt aan het verlangen om meer dan een passant te zijn in dit leven, om ook echt iets te betekenen voor anderen en je talenten daarvoor te kunnen gebruiken."

Tom: "Je wordt ook constant uitgedaagd om nieuwe dingen te leren, om te groeien binnen de brandweer."

Ilja: "Ik ben aan dit avontuur begonnen na het horen van de vele verhalen van een collega die ook als verpleegkundige/ambulancier werkzaam was bij de brandweer. Het leek me toen een uitdaging en ik hou hier wel van. Het is een boeiende en variërende job. Ik heb nog nooit een dag gehad dat ik met tegenzin naar mijn ‘werk’ vertrok. Mensen helpen zit in mijn bloed denk ik."

Waar haal je jouw voldoening uit?
Bruno: "Het feit dat een interventie vlot verloopt en dat de mensen geholpen worden. Wij komen per definitie alleen buiten als de mensen in de miserie zitten. Als je ze op dat moment toch kan helpen geeft voldoening en wordt ook enorm geapprecieerd door de mensen.”

Wouter: "Inderdaad, als wij moeten tussenkomen, betekent dit vaak slecht nieuws voor de betrokkenen. Als we hen toch wat kunnen helpen, en dit leed verzachten, dan geeft me dit voldoening. De dankbaarheid die we vaak krijgen sterkt me in deze overtuiging en geeft de drive om door te doen.”

Bert: "Je kan het lijden en de schade vaak niet verhelpen, maar je bent er wel, je doet iets, je helpt concreet waar mogelijk en tot zover haalbaar. Niets is zo erg als toe te kijken en niets te (kunnen) doen. Als brandweerman ben je getraind om in extreme situaties concreet te kunnen helpen en problemen maximaal op te oplossen. We ontvangen soms berichten van dank. Dat bevestigt wat ik tijdens en na de interventies vaak ook zie bij mensen die we helpen en bijstaan: dankbaarheid. Er zijn mensen die me jaren nadien nog herkennen en aanspreken met "weet je nog toen…” en vooral veel "dank je wel daarvoor”. We weten dat  trauma’s lange tijd negatieve impact kunnen hebben op mensen, maar het is fijn om te zien hoeveel blijvende positiviteit onze soms kleine gebaren kunnen nalaten bij hen. Van arbeidsvreugde gesproken."

Tom"Dat we met z’n allen bij de brandweer het verschil maken bij iemand die hulp nodig heeft en vooral de waardering van de mensen, daar haal ik m’n voldoening uit.”

Ilja: "Ik haal mijn voldoening voornamelijk uit het feit dat je een verschil maakt in het leven of de leefwereld van een persoon. Je kan mensen helpen en bijstaan tijdens een moeilijke periode in hun leven (ziek zijn, trauma, bijna doodervaring, etc.). Wanneer de patiënten of de familieleden nadien een blijk van dank uiten, een simpele "dank u”, dat doet me ook altijd plezier en geeft moed voor de volgende interventies.”

Wat gaat er door je heen wanneer de sirene loeit of wanneer je opgeroepen wordt?
Bruno: "Toegegeven, vroeger, in het prille begin van mijn carrière, schoot de adrenaline naar ongekende hoogtes. Nu, na al die jaren zwakt dat wel af... Mede door de jarenlange ervaring kan je je, op basis van de oproep, al bijna een beeld vormen van wat we zouden kunnen aantreffen op de interventie. Dan denk ik al na waar ik mogelijks allemaal rekening zal moeten mee houden om snel te kunnen anticiperen. Uiteraard blijft er nog steeds een gezonde dosis stress aanwezig. De oproep waarvoor we vertrekken is niet steeds de interventie waar we toekomen. Dit maakt het dan ook wel steeds spannend en leuk...”

Wouter: "Vooral concentratie en focus. We hebben een gevaarlijke job, waar het gevaar steeds om de hoek loert. Ik laat me niet vaak leiden door emoties, dat loopt zelden goed af."

Bert: "Ook ik zie bij mezelf een evolutie. In de beginperiode is er vooral zeer veel adrenaline: het is allemaal erg spannend. Er gaat vanalles door je heen bij het aanrijden en je weet niet waar je je aan kan verwachten. Gelukkig ben je nooit alleen en leer je de knepen van het vak op terrein van collega’s met ervaring en een chef die zorgt voor overzicht en structuur. Na verloop van tijd merk ik dat ik rustiger ben en meer focus heb: "Waarover gaat dit? Wat kan ik verwachten vanuit mijn ervaring? Wat kan nuttig zijn aan materiaal en kennis?” Er kan al één en ander onderweg overlopen en afgesproken worden. Bij aankomst kijk en denk je mee bij wat je ziet.”

Tom: "Ik krijg vooral een adrenalineshot en proberen om zo snel mogelijk te vertrekken met de ziekenwagen en/of brandweerwagen.”

Ilja: "Na zoveel jaar in het werkveld raak je het wel wat gewend, maar het geeft toch nog steeds wel een adrenaline-opstoot. Je weet dat je hopelijk weer een verschil kan maken.”

Vanwaar de passie? Hebben jullie altijd al gedroomd om brandweerman -vrouw te worden?
Wouter: "Ja, dit is voor mij echt een kinderdroom.”

Bert: "Eigenlijk was dat bij mij helemaal geen stoute kinderdroom. Maar ik zag de oproep voor mensen om een nieuwe post te beginnen in Tollembeek, en dacht: ik zal eens horen, het kan misschien nuttig zijn voor een aantal mensen die ik in coaching had (een zinvol doel in het leven, hé). Toen ik terug thuis kwam zag mijn echtgenote meteen dat ik al in lichterlaaie stond 😉. Die vlam brandt nog steeds.”

Tom: "Moeilijk te zeggen… maar de drang naar een volgende interventie is groot.”

Ilja: "Ik denk dat het medische en het helpen van mensen wat in mijn bloed zit. Mijn vader is dokter en mijn moeder apotheker.”

Ilja, het is waarschijnlijk niet vanzelfsprekend om als vrouw aan de slag te gaan bij de brandweer. Kan je jouw mannetje staan? 
"Ik denk wel dat ik mijn mannetje kan staan in deze ‘mannenwereld’. Ik zit er nu toch al 10 jaar in en we kunnen lachen en zeveren, maar als de bel gaat, weten we weer waarom we dit doen en als we nadien nog met vragen of bepaalde emoties zitten, kunnen we bij elkaar terecht. We zijn een hechte groep. Ik denk dat het ook gemakkelijker is voor de mannen om hun hart te luchten bij een vrouw na een zware interventie dan bij een mannelijke collega."

Hoe zit het met de emotionele impact? Jullie zijn vaak als eerste op de plek van een ongeval of een brand, daardoor zien jullie heel wat materiële maar ook emotionele schade. Hoe ga je daarmee om?
Bruno: "Na verloop van tijd leer je er wel (beter) mee omgaan. Na 20 jaar heb je wel al wat gezien maar ik heb er persoonlijk nooit problemen mee gehad. Ik denk dat je voor jezelf al een beslissing gemaakt hebt als je solliciteert. Ik hoor veel mensen zeggen: "Dat zou ik nooit kunnen”, wel, daar is de eerste schifting al hé...
Daarnaast wordt er over ‘ergere’ interventies wel onderling in de kazerne veel gepraat. Dat helpt ook wel bij de verwerking ervan. Mocht de impact echter zó groot zijn dat er mensen zijn die moeilijkheden hebben om bepaal-de zaken te verwerken of te plaatsen hebben we een gespecialiseerd team ter beschikking waar we beroep kunnen op doen. Dit is het FIST (Fire Stress Team). Dit team bestaat uit opgeleide personen op verschillende niveaus, beginnende van een aantal ‘antennes’ per post, tot professionele hulp. De ervaring leert dat deze vooral in actie komen bij (zeer) grote interventies (aanslagen in Zaventem/Maalbeek) en interventies met kinderen. Die zijn toch ook zwaar om te verwerken... De meesten onder ons zijn ook ouder en dat is toch confronterend. Het FIST kan echter ook ingeschakeld worden voor één persoon die problemen heeft om iets te verwerken/te plaatsen n.a.v. een interventie. Dit kan zijn doordat hij/zij iets dergelijks meegemaakt heeft in zijn/haar privésfeer... De tijd van de cowboys en de mannen die er allemaal moeten tegen kunnen ligt al lang achter ons... we zijn ook maar mensen...”

Wouter: "Het wordt moeilijker met de dag. We hebben allemaal een figuurlijke rugzak waar steeds meer emotionele ervaringen bijkomen. Op een gegeven moment zit deze rugzak vol. Zaak is om dit tijdig te beseffen. Zeker als er kinderen bij betrokken zijn, is dit voor mij niet gemakkelijk."

Bert: "Een emotionele impact is er uiteraard, maar verschilt wel sterk, vind ik, van interventie tot interventie. Er zijn zaken die je bij blijven, soms ook grappige gebeurtenissen ondanks de miserie waarin mensen terecht kwamen. Humor is belangrijk om moeilijke ervaringen een plaats te geven. De collega’s zijn het eerste luisterend oor en er is ook steeds meer aandacht voor de emotionele impact. Het kan niet de bedoeling zijn dat bepaalde beelden terug blijven komen en een normaal functioneren in de weg staan. Indien nodig kan ook professionele hulp hiervoor worden ingeroepen. Een niet evidente context zijn de interventies met (jonge) kinderen, zeker als je zelf vader bent. Het zit soms in een klein hoekje: een kind met dezelfde blonde haren als mijn eigen zoon of dezelfde naam als mijn dochter. Dan komt het wel erg dichtbij. Maar ook daar is erover praten een grote hulp.”

Tom: "Soms is dit niet zo simpel. Ik kom heel dikwijls mensen tegen op interventie die ik heel goed ken. Ik woon al mijn ganse leven in Tollembeek en iedereen kent iedereen hier. Dit maakt het soms extra moeilijk. Gelukkig worden we binnen de brandweer daar heel goed in opgevangen. Ook de steun van de collega’s is onbetaalbaar."

Ilja: "In mijn beginjaren als verpleegkundige/ambulancier had ik het hiermee wel wat moeilijk omdat het alle-maal wat nieuw is, maar je leert hiermee omgaan. Werk en privé gescheiden houden is een must. Er zijn altijd zaken die je bijblijven zoals mijn eerste reanimatie van een baby of mijn eerste verkeersongeval met doden. Je leert de zaken relativeren en je weet dat je uw uiterste best gedaan hebt en dat houdt u wel overeind. De babbel nadien met de collega’s doet ook soms wonderen.”

Hoe word je brandweerman, - vrouw?
Bruno: "Om te beginnen heb je een Federaal GeschiktheidsAttest (FGA) nodig. Dit behaal je aan een provinciale brandweerschool. Dit houdt in dat je een test van algemene kennis voorgeschoteld krijgt, dat je een handvaardigheidsproef moet afleggen en slagen in een aantal sportproeven. Met dit FGA kan je dan solliciteren bij een brandweerzone die vacatures open stelt. In principe zal je daar ook nog een aantal testen moeten afleggen en volgt er sowieso nog een sollicitatiegesprek. Als je hiervoor slaagt én je kan je batig rangschikken, wordt je aangeworven. Je brandweerzone zal je dan inschrijven in de brandweerschool waar je dan je opleiding zal volgen. Als vrijwilliger moet je rekenen dat je, om een volwaardig brandweerman te zijn, ongeveer 2 jaar naar school moet gaan. Telkens op zaterdag. Daar begint al het eerste engagement... Niet te onderschatten...”

Wouter: "Zoals Bruno al zei, eerst en vooral een Federaal Geschiktheidsattest behalen, en vervolgens solliciteren in de zone waar je woont. Alle info vind je op www.ikwordbrandweer.be.”

Bert: "Wat je nodig hebt is geduld en doorzetting. De opleiding duurt tegenwoordig best wel lang, dus soms is het op de tanden bijten. Anderzijds leer je zoveel ongelooflijke dingen en doe je ook trainingen in situaties met echte (indrukwekkende) vuurhaarden. Het is spannend (maar je bent steeds zeer goed omringd!), leerrijk, en in een bepaald opzicht ook wonderbaarlijk. Er zitten een hele wetenschap en een pak technieken achter. Dat heeft me ook sterk gevormd voor andere taken en uitdagingen in mijn dagelijkse en professionele leven.”

Tom: "Inderdaad, veel geduld en doorzettingsvermogen, maar ook steun van familie, vrienden en collega’s van de brandweer. Leergierig zijn is ook belangrijk.”

Wat moet je in huis hebben om brandweerman, -vrouw te worden?
Bruno: "We zijn eigenlijk op zoek naar all-rounders. Mensen die flexibel, handig zijn, fysiek in orde, op zoek zijn om hun vrije tijd nuttig in te invullen. Los van de vrijwilliger an sich zou ik zéker ook de partner willen vernoemen. Vrijwilliger zijn doe je niet alleen. Je partner moet 100% achter die keuze staan. Als je die steun niet hebt, blijft het verhaal niet duren, geloof me vrij...”

Wouter: "Een goede portie gezond verstand, verantwoordelijkheidszin en de bereidheid om in een team te fungeren. Aan cowboys hebben we helaas niets.”

Tom: "Zoals Bruno al aanhaalde, is een goeie partner die voor 100% achter je staat heel belangrijk. Vervolgens dien je ook zelf stevig in je schoenen te staan."

Bert: "Echte brandweerlui hebben het hart op de juiste plaats: willen helpen en willen samenwerken. Graag (blijvend) bijleren, zowel naar inzichten als naar handigheid en zelfs leiderschap – indien je graag wil doorgroeien. En een gezin/omgeving die je keuze draagt. Ook zij moeten kunnen omgaan met een plotse oproepen papa/partner die misschien pas ’s morgens thuiskomt na een grote interventie en de rest van de dag minder aanspreekbaar is. De stoere verhalen nadien maken dan natuurlijk wel weer alles goed 😉. De "dank je wel” voor onze acties is evengoed een "dikke merci” voor hun geduld en zorg. Misschien ook belangrijk om te zeggen wat je NIET noodzakelijk in huis moet hebben: super slim zijn, mega spierbundel, absolute techneut zijn of een jan-zonder-vrees. Geloof me: met een goede ingesteldheid, een gezond doorzettingsvermogen en wat leergierigheid kom je er wel!”

Ilja: "Voor mij zijn deze 5 kenmerken een goede samenvatting: doorzettingsvermogen, leergierigheid, plichtsbesef, betrouwbaarheid en stiptheid.”

 


© Gemeente Galmaarden - Marktplein 17, 1570 Galmaarden - T 054 89 04 00 - info@galmaarden.be - Facebook - OND 0207.508.338
Sociaal Huis - Marktplein 19, 1570 Galmaarden - T054 89 04 70 - sociaalhuis@galmaarden.be

[ Powered by The eForum Factory ]