Over Galmaarden

Galmaarden in het kort

De gemeente Galmaarden is sinds de gemeentelijke fusies van 1977 samengesteld uit drie deelgemeenten: Galmaarden, Tollembeek en Vollezele.

Galmaarden ligt in de zuidwestelijke hoek van de provincie Vlaams-Brabant en maakt deel uit van de regio Pajottenland. Onze buurgemeenten zijn Geraardsbergen en Ninove in Oost-Vlaanderen en Gooik, Herne en Bever in Vlaams-Brabant. Bovendien ligt Galmaarden op een boogscheut van de taalgrens, nabij de provincies Henegouwen en Waals-Brabant.
 
Galmaarden is een groene, landelijke gemeente en maakt omwille van dat rustige karakter deel uit van het Stiltegebied Dender-Mark, destijds een primeur voor Vlaanderen. Langs enkele wandelingen en fietstochten kan je zelf naar de stilte komen luisteren. 
 
De oppervlakte van de fusiegemeente Galmaarden bedraagt 3.495 ha (Galmaarden: 1.161 ha, Tollembeek: 1.362 ha, Vollezele: 972 ha). In 2019 telde Galmaarden om en bij de 8.848 inwoners. Het blijft daarmee een ‘kleine gemeente', ver onder het Vlaamse gemiddelde van ongeveer 20.000 inwoners. De bevolkingsaangroei verloopt geleidelijk en evenredig gespreid over de verschillende deelgemeenten.

Galmaarden heeft een vlotte verbinding met Brussel. Op de spoorweglijn Geraardsbergen-Brussel bevinden zich twee haltes op het gemeentelijk grondgebied: Galmaarden en Tollembeek.
 
Vermeldenswaard is nog het sterk uitgebouwde lokaal basisonderwijs in onze gemeente (900 leerlingen) en het zeer warme en uitgebreide verenigingsleven.

Meer cijfers?

Op zoek naar kerncijfers, kant-en-klare rapporten en gedetailleerde cijfers over Galmaarden? Neem dan zeker een kijkje op website provinvies.incijfers.be.

Historiek

Gemeente Galmaarden

Galmaarden, gelegen langs de grens met het oude graafschap Vlaanderen, behoorde tot de annexatie van onze gewesten bij Frankrijk in 1795 tot het graafschap Henegouwen.
 
De oudste vermelding van Galmaarden komt voor in de stichtingsoorkonde van Geraardsbergen van 1068. In de 13de eeuw behoorde Galmaarden tot het rechtstreekse bezit van de Henegouwse heren de Braine, in de 14de eeuw van de Montignies-Saint-Christophe en in de 15de - 16de eeuw van de Hennin-Liétard. De heerlijkheid Galmaarden werd in 1623 tot graafschap verheven.
 
 
De Keure van Galmaarden dateert van 1330 en het Marktrecht van 1381. Jean de Montignies-saint-Christophe verleende de Galmaardenaren een vrijheidsoorkonde waardoor allerlei feodale verplichtingen werden afgeschaft. In de late Middeleeuwen had de stad van Gaumerage een zeker belang als centrum van lakennijverheid.

Vanaf 1795 maakte Galmaarden deel uit van het kanton Herne in het Département de la Dyle, later vervangen door Province du Brabant méridional (1814) en kortweg Brabant (1831). In 1977 fusioneerde Galmaarden met de aangrenzende gemeenten Tollembeek en Vollezele. Sinds 1 januari 1995 behoort Galmaarden tot de provincie Vlaams-Brabant.

Spotnaam van de Galmaardenaren: de Brabantse Patatten

Gemeente Tollembeek

Tot aan de Franse Revolutie behoorde Tollembeek tot het Land van Edingen en het graafschap Henegouwen. Het grondgebied maakte deel uit van het Hernewoud, dat bediend werd door een meier en zes schepenen en dat verschillende enclaves telde.
 
Het kwam aan de graven van Henegouwen in de 9de eeuw en in de 13de eeuw aan de heren van Edingen. De eerste vermelding van Tollembeek dateert van 1148 en wordt dan geschreven als Tholobecca. Sinds het begin van de 16de eeuw is Tollembeek een zelfstandig dorp.
 
Spotnaam van de Tollembekenaren: de Hanezoekers van Tollembeek

Gemeente Vollezele

De oudste vermelding Volensela dateert van 1117. Vollezele behoorde sinds 1248 als heerlijkheid aan de heer van Edingen, die het in leen hield van gravin Margareta, gravin van Vlaanderen en Henegouwen.
 
De heren van Edingen oefenden te Vollezele het wereldlijk voogdijschap uit over de goederen van de Sint-Adriaansabdij van Geraardsbergen, die er twee hoeven in bezit had. Ook de abdij van Vorst bezat er verschillende hoeven. Het geslacht Arenberg was te Vollezele eigenaar van belangrijke goederen.
 
Kenmerkend zijn de vele pachthoven, die in het glooiiend landschap liggen verspreid: Hof ten Berghe, Hof te Leysbroeck, Hof te Ham, Hof te Steenhault, Hof te Reinsberg, Hof te Spieringen, Hof ter Bruggen, Hof ter Haegen en Hof te Reepinghen. In 1902 waren er een twintigtal. Van enkele oude grote hoven bestaan gegevens uit de 12de eeuw. Ze zijn alle meebepalend voor de geschiedenis van Vollezele en voor het schitterend landschap.
 
Vollezele was vroeger zeer gekend om zijn stoeterijen, die gespecialiseerd waren in het fokken van Het Brabants Trekpaard. R. Van Der Schueren begon in 1867 een hengstenfokkerij, die later de naam "Haras de Vollezeele" kreeg. Een andere hengstenfokker was T. D'Hauwer. Stilaan en door de jaren heen kwamen er meerdere paardenfokkers, waarbij de hengsten en de merries werden aangekocht en aldus over de hele wereld werden getransporteerd.
 
Kampioenpaarden met klinkende namen als Bienvenu, Brillant en Indigène de Fosteau werden wereldberoemd. Kroonprins Albert I, later koning van België, bracht in 1907 een bezoek aan Vollezele.
 
Vollezele telde ook vele mijnwerkers. Het merendeel van de kolenkappers woonde op het arme gehucht Achterdenbos. De lokale plaatsnaam Congo verwijst naar de vele houilleurs en mineurs, die ongewassen van de koolmijn en nog zwart als oelje (van het Franse houille = steenkool) naar hun gezin terugkeerden.
 
Spotnaam van de Vollezelenaren: de Hengstemans